|
De
belangrijkste spelregels van 1-wall handball |
Hoe werkt
het spelletje? Muurkaatsen kan één-tegen-één of twee-tegen-twee
worden gespeeld. Het is de bedoeling de bal met de hand of vuist
vanuit de opslagzone via de muur in ontvangzone te brengen. De
tegenpartij moet dan proberen de bal voor de tweede stuit
opnieuw via de muur in het speelveld te slaan. Als één van de
beide partijen er niet in slaagt de bal geldig te retourneren,
dan heeft de andere partij de rally gewonnen.
|
|
De Opslag |
Anders
dan bij het Friese spel, is het verplicht om vóór de opslag
compleet stil te staan. De bal wordt met de hand of de vuist
opgeslagen, nadat je deze eerst éénmaal laat stuiten in de
opslagzone. De opslagzone is het deel van het speelveld tussen
de korte lijn, de opslagmarkering en de zijlijnen (lijnen
inbegrepen). Nadat de bal geslagen is moet deze via de muur
terugkomen in de ontvangzone (het speelveld áchter de korte
lijn). Als de opslager de rally verliest, gaat de opslag naar de
tegenpartij.
De opslag bij het dubbelen De opslag verloopt
identiek aan die bij het enkelen met een paar aanvullingen. Voor
de aanvang van de wedstrijd moet een dubbelpartuur aangeven wie
de eerste en wie de tweede opslager is. In een opslagbeurt van
dat partuur slaat de eerste opslager gedurende de hele wedstrijd
als eerste op. Als een rally waarin de eerste opslager heeft
opgeslagen, verloren gaat (één uit), dan neemt de tweede
opslager de service ter hand. Verliest ook die de rally, dan
gaat de opslag naar de tegenpartij. In de eerste opslagbeurt van
een set gaat de opslag al na het verliezen van één rally naar de
tegenpartij.(vergelijkbaar met een tiebreak bij het tennissen).
De positie
van de maat van de opslager Als er opgeslagen wordt bij
het dubbelen, dan moet de maat van de opslager zich buiten het
speelveld opstellen met één voet links en één voet rechts van de
opslagmarkering. De maat mag het veld pas betreden als de
opgeslagen bal, van de muur terugkomend hem of haar gepasseerd
is.
De Toss Bij het enkelen: De speler die de
toss wint, begint als eerste met de opslag in de eerste set. De
andere speler begint in de tweede set met de opslag. Als er een
beslissende 3e set nodig is, dan begint de speler die in de
eerste beide sets de meeste punten heeft behaald, daarin met de
eerste opslag. Hebben beide spelers in de eerste twee sets
evenveel punten behaald, dan volgt er een nieuwe toss om te
bepalen wie met de opslag mag starten.
Bij het dubbelen mag het partuur dat de toss wint bepalen of ze
in de eerste set starten met de opslag of dat overlaten aan de
tegenpartij. In de tweede set wordt dat bepaald door het partuur
dat de eerste set heeft verloren. Als er een beslissende derde
set nodig is, dan is de beslissing om wel of niet met de opslag
te starten aan het partuur dat in de eerste twee sets de meeste
punten heeft gehaald. Hebben beide partijen evenveel punten
behaald, dan volgt een nieuwe toss.
Wanneer wel en wanneer geen tweede opslag?
Een niet goed uitgevoerde opslag kan resulteren in het
verlies van de opslagbeurt (uit of side-out), een fout (twee
fouten is een side-out) of een opslaghinder (twee opeenvolgende
opslaghinders resulteren in een fout).
De volgende niet goed uitgevoerde opslagen resulteren in het
verliezen van de opslagbeurt:
1. Het compleet missen van de bal.
2. De bal raakt na de opslag de muur niet.
3. De bal komt, nadat deze de muur heeft geraakt, terecht buiten
de zijlijnen van het speelveld.
4. De bal raakt direct of na één stuit de opslager of diens maat
op het lichaam.
5. Bij het dubbelen: Verkeerde opslag volgorde *)
6. Twee foutieve opslagen (zie hieronder)
De volgende niet goed uitgevoerde eerste opslagen
resulteren in een fout en een tweede opslagkans:
1. De opgeslagen bal komt van de muur terug, maar is te kort
(stuit op of voor de korte lijn)
2. De opgeslagen bal komt van de muur terug, maar stuit achter
de achterlijn in het verlengde van het speelveld.
3. voetfout: De opslager komt met een of beide voeten (of een
deel daarvan) buiten de opslagzone of de maat van de opslager
betreedt het speelveld te vroeg. (of heeft niet de juiste
positie buiten het speelveld ingenomen)
4. Het stuiten van de bal buiten de opslagzone.
5. Twee opeenvolgende opslaghinders. (zie hieronder)
De volgende situaties worden beschouwd als "opslaghinder" en
resulteren in een frisse bal:
1. De opgeslagen bal gaat tussen de voeten van de opslager
door.
2. De opslager of de maat van de opslager moet de bal die van de muur terug komt, ontwijken
waardoorde ontvangende partij geen goed zicht op de bal heeft. **)
*) Als de
scheidsrechter goed oplet, dan zal hij de speler die in de fout
dreigt te gaan waarschuwen, zodat de juiste opslager de opslag verzorgt.
Gebeurt het echter toch, dan wordt deze regel als volgt
toegepast: De punten gemaakt door de 2e opslager worden
teruggedraaid en de 2e opslager gaat door met de opslag. (de "straf" bestaat
dus uit het niet kunnen benutten van de 1e opslag).
**) De ontvangende partij heeft hier het voordeel van de
twijfel. Kan die evenwel in goede positie komen om een set-up te
maken, dan zou de scheidsrechter het spel moeten laten doorgaan. |
|
De
'Return' |
|
De
ontvangende partij moet zich achter de
opslagmarkering of lijn opstellen, en
mag deze niet passeren voordat de
opgeslagen bal, van de muur terugkomend,
de korte lijn is gepasseerd. Doe't hij
of zij dat wel, dan gaat het punt naar
de partij aan de opslag.
De ontvanger mag de bal volleren of na één stuit terugslaan. De
bal moet dan direct tegen de muur worden geslagen en terug
stuiten in het speelveld tussen de muur, de achterlijn en de
zijlijnen (op de lijn is in). |
|
De Telling |
|
Er wordt, zoals eerder ook bij volleybal
gebruikelijk was, geteld volgens het
Service-Punt-Systeem (SPS): Alleen de serverende partij scoort
punten, de tegenpartij probeert de opslag naar zich toe te halen
(side-out). Er moeten twee sets worden gewonnen om een wedstrijd
te beslissen. Een set loopt tot 21 punten. Bij een 1-1 stand in
sets, wordt een beslissende set (tie-break) gespeeld van 11
punten. In ééndaagse toernooien is het gebruikelijk om slechts
één set van 21 punten per wedstrijd te spelen.
(waarbij in de finale vaak gespeeld
wordt tot 25 punten)
|
|
|
| |
|
One-wall
baan |
|
 |
|